Bankkrediet en borgtocht in België: toekenning, opzegging, vervroegde terugbetaling en zekerheden

This post is also available in: Français (Frans) English (Engels)

Bijgewerkt op 18 oktober 2026.

Een krediet wordt onderhandeld, terugbetaald en soms opgezegd. Daarnaast zijn er vaak waarborgen: een borg, een bankgarantie, een patronaatsverklaring. Voor elke stap gelden regels, en die verschillen naargelang de kredietnemer een consument, een kmo of een grote onderneming is.

Deze gids geeft een overzicht van het Belgische recht over bankkrediet en persoonlijke zekerheden. Bij elke vraag vindt u links naar onze uitgebreidere analyses.

Kort samengevat

  • Consumentenkrediet en hypothecair krediet staan in Boek VII van het Wetboek van economisch recht. Voor kmo’s geldt deels de wet van 21 december 2013. Andere ondernemingskredieten volgen vooral het contract en het gemene recht.
  • De bank beslist vrij of ze een krediet toekent. De rechter toetst dat alleen marginaal.
  • Een gereglementeerd krediet mag alleen opgezegd worden in de gevallen die de wet noemt, onder meer na twee onbetaalde termijnen en een ingebrekestelling die een maand zonder gevolg bleef.
  • De wederbeleggingsvergoeding bij vervroegde terugbetaling is beperkt voor consumenten, kmo’s en de lening tegen interest.
  • Sinds 1 januari 2026 regelt Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek de nieuwe persoonlijke zekerheden: borgtocht, autonome garantie, patronaatsverklaring.

Welk krediet, welke regels?

  • Consumentenkrediet (persoonlijke lening, autolening, kredietopening): Boek VII WER.
  • Hypothecair krediet aan een consument: ook Boek VII WER.
  • Kmo-krediet: de wet van 21 december 2013 over de financiering van kmo’s legt informatieplichten op, een motivering bij weigering en een plafond voor de wederbeleggingsvergoeding.
  • Andere ondernemingskredieten: het contract, de algemene voorwaarden van de bank en het gemene recht.

Een lening ontstaat door de overhandiging van het geld. Bij een kredietopening stelt de bank geld ter beschikking, dat de kredietnemer al dan niet opneemt. Dat verschil telt, onder meer voor de wederbeleggingsvergoeding.

Is de bank aansprakelijk voor een krediet dat ze toekent of weigert?

Een bank is nooit verplicht om krediet te geven. Ze beoordeelt het risico vrij, en de rechter kan zijn oordeel niet in de plaats stellen van het hare. De bank is alleen aansprakelijk als ze kennelijk afwijkt van wat een normaal voorzichtige en zorgvuldige bankier zou doen. De rechter kijkt naar het moment van de beslissing, niet naar latere gebeurtenissen.

De bank moet de terugbetalingscapaciteit onderzoeken. Ze mag in principe vertrouwen op de gegevens die ze krijgt, tenzij die duidelijk onjuist zijn. Een audit is niet nodig. Wie een fout aanvoert, moet die bewijzen.

Voor consumentenkrediet is de wet strenger. De kredietgever moet het best aangepaste krediet zoeken (artikel VII.75) en mag alleen een krediet sluiten als hij redelijkerwijs mag aannemen dat de consument kan terugbetalen (artikel VII.77). Het Hof van Justitie aanvaardde die Belgische regels in 2019 (C-58/18).

Bij een kmo moet een weigering begrijpelijk gemotiveerd worden. Dat geeft geen recht op krediet.

Lees ook: Kredietverlening: 10 principes · Consumentenkrediet en de beoordeling door de bank · Weigering van krediet of verlenging

Wanneer mag de bank een krediet opzeggen?

Gereglementeerd krediet. Voor consumentenkrediet (artikel VII.105) en hypothecair krediet (artikel VII.147/20) is een vervalbeding alleen geldig in de gevallen van de wet. Meestal: de consument betaalde minstens twee termijnen niet, of 20 % van het totale verschuldigde bedrag, en betaalde nog altijd niet een maand na een aangetekende ingebrekestelling die die voorwaarden vermeldt.

Ondernemingskrediet. De bank kan het krediet beëindigen bij een gebeurtenis uit het contract (wanbetaling, verslechterde financiële toestand, verlies van vertrouwen), door opzegging van een krediet van onbepaalde duur met de afgesproken termijn, of bij faillissement of ontbinding. Buiten de gereglementeerde gevallen hoeft de bank haar beslissing niet te motiveren, maar rechtsmisbruik blijft verboden.

Rechtsmisbruik. De rechter gaat na of de bank handelde als een voorzichtige en redelijke schuldeiser. Een bruuske opzegging kan haar aansprakelijk maken. Een krediet dat nooit normaal werd uitgevoerd, mag de bank wel opzeggen. Het hof van beroep van Brussel aanvaardde op 27 januari 2026 dat een bank een krediet opzegt tijdens een strafonderzoek, nog voor een veroordeling, als de beslissing op objectieve elementen en op het contract steunt.

Lees ook: Opzegging van krediet en strafonderzoek · Terugkerende achterstallen en opzegging · Opzegging van een hypothecair krediet en verzoening

Wat gebeurt er na de opzegging?

  • Het volledige saldo wordt onmiddellijk opeisbaar.
  • Het contract voorziet meestal een verwijlinterest en een forfaitaire vergoeding. Voor gereglementeerde kredieten legt de wet grenzen op. Bij ondernemingskrediet kan de rechter een kennelijk overdreven strafbeding verminderen.
  • Betalingsachterstanden op kredieten aan particulieren komen in de Centrale voor kredieten van de Nationale Bank.
  • Bij een hypothecair krediet aan een consument moet de kredietgever de schuldenaar eerst oproepen voor een verzoeningspoging bij de beslagrechter (artikel VII.147/24). Het afbetalingsplan moet daarna strikt nageleefd worden.
  • Bij consumentenkrediet kan de vrederechter betalingsfaciliteiten toestaan (artikel VII.107). Wie overmatig in de schulden zit, kan een collectieve schuldenregeling vragen.

Vervroegde terugbetaling: welke vergoeding?

  • Consumentenkrediet: maximaal 1 % van het terugbetaalde kapitaal, of 0,5 % als de resterende looptijd hoogstens een jaar is.
  • Hypothecair krediet aan een consument: maximaal drie maanden interest op het terugbetaalde kapitaal, als het contract dat voorziet.
  • Kmo-krediet: maximaal zes maanden interest voor kredieten tot 2 miljoen euro.
  • Lening tegen interest: maximaal zes maanden interest (artikel 1907bis oud Burgerlijk Wetboek).
  • Andere kredietopeningen voor ondernemingen: het contract geldt.

Daarom vroegen veel kredietnemers om hun kredietopening als lening te herkwalificeren. Het Hof van Cassatie verduidelijkte de criteria tussen 2020 en 2022. Beslissend is of de kredietnemer echt vrij was om al dan niet op te nemen. Een reserveringscommissie of een opname in één keer sluit die vrijheid niet uit. Is de vrijheid louter fictief, dan kan de rechter een belofte van lening aannemen.

Lees ook: Funding loss: historiek en stand van zaken · Funding loss in de rechtspraak

Borgtocht sinds 1 januari 2026

De wet van 5 juni 2025 (Belgisch Staatsblad van 11 juli 2025) voegde titel 1 van Boek 9 in het Burgerlijk Wetboek in, over persoonlijke zekerheden. Die geldt sinds 1 januari 2026.

  • Ze regelt de borgtocht, de autonome garantie, de patronaatsverklaring en de hoofdelijkheid als zekerheid.
  • De regels zijn grotendeels aanvullend recht. Bij twijfel is een persoonlijke zekerheid een borgtocht.
  • Een borgtocht moet een maximumbedrag vermelden.
  • Een consument kan alleen borg staan. Zijn verbintenis moet in verhouding staan tot zijn inkomen en vermogen, anders kan ze verminderd worden. De schuldeiser moet hem informeren vóór de ondertekening, elk jaar over de stand van de schuld en meteen bij wanbetaling. Die bescherming geldt niet voor wie een wezenlijke invloed heeft op de vennootschap-schuldenaar.

Lees ook: Persoonlijke zekerheden: Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek

Borgtochten van voor 2026

De nieuwe regels gelden alleen voor zekerheden vanaf 1 januari 2026. Oudere borgtochten blijven onder het oude recht vallen. Daar blijft de kosteloze borgtocht belangrijk: een natuurlijke persoon die er geen enkel economisch voordeel uit haalde, kon onder voorwaarden bevrijd worden bij het faillissement van de schuldenaar. De rechter beoordeelt dat concreet, op het moment van de borgstelling. Een bestuurder, vennoot of echtgenoot van een zaakvoerder haalt er vaak minstens een onrechtstreeks voordeel uit.

Lees ook: De kosteloze borgtocht: een feitelijk begrip

De bankgarantie op eerste verzoek

Een garantie op eerste verzoek is autonoom: de bank betaalt op eenvoudig verzoek, zonder verweer uit het onderliggende contract. Boek 9 geeft ze nu een wettelijke basis. Alleen een kennelijk onrechtmatig of bedrieglijk beroep mag de bank weigeren. Wie de betaling wil tegenhouden, stapt meestal naar de kortgedingrechter.

Lees ook: Bankgaranties op eerste verzoek: plichten van de bank · Onrechtmatig beroep en bevoegde rechter

De patronaatsverklaring

Met een patronaatsverklaring belooft een moedervennootschap of bestuurder een vennootschap te steunen tegenover de bank. Alles hangt af van de bewoordingen: een loutere intentie, een middelenverbintenis of een resultaatsverbintenis. Wie belooft “ervoor te zorgen dat de vennootschap haar verplichtingen kan nakomen”, kan het onbetaalde saldo moeten vergoeden.

Kredietbemiddelaars

Ook makelaars en agenten in krediet moeten de gegevens die ze doorgeven controleren en een passend krediet voorstellen. Ze kunnen aansprakelijk zijn tegenover de klant en tegenover de kredietgever.

Wat verandert er?

De nieuwe Europese richtlijn consumentenkrediet (richtlijn (EU) 2023/2225) werd omgezet door een wet die de Kamer op 9 juli 2026 aannam. Ze geldt in principe voor kredietaanvragen vanaf 20 november 2026. Ze brengt kleine kredieten en “buy now, pay later” onder de regels van het consumentenkrediet en verscherpt de beoordeling van de kredietwaardigheid. Voor die nieuwe kredieten kunnen sommige regels en artikelnummers uit deze gids wijzigen.

Al onze analyses over krediet en zekerheden

Deze gids geeft algemene informatie en is geen juridisch advies. Elke situatie hangt af van het contract, het soort krediet en de feiten.

Geef een reactie

Omhoog ↑

Ontdek meer van Banking and Finance law in Belgium

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder