De-risking en de basisbankdienst voor ondernemingen in België

Steeds meer ondernemingen zien hun bankrekeningen afgesloten en slagen er nauwelijks in een nieuwe rekening te openen bij een andere bank. Een Antwerpse diamantair, een schoonmaakbedrijf, een horecazaak, een wapenfabrikant, een vennootschap met een participatie in een ziekenhuis in de Democratische Republiek Congo, een cryptomakelaar, een vastgoedvennootschap overgenomen door een Russisch staatsburger: op het eerste... Lees verder →

Laattijdige betwisting van bankverrichtingen: welke gevolgen?

Een algemene waakzaamheidsplicht van de cliënt ten aanzien van zijn bankrekeningen In het bankrecht rust op elke cliënt, zoals op elke voorzichtige en zorgvuldige persoon, de plicht om aandachtig te zijn voor zijn bankrekeningen en voor de verrichtingen die op zijn rekening plaatsvinden. Elke cliënt moet ook regelmatig zijn rekeninguittreksels afhalen en eventuele abnormale of... Lees verder →

Weigering om een bankrekening te openen en de basisbankdienst: een jaar later, waar staan we?

Update 14/02/2022: de Belgische Staat werd zopas veroordeeld wegens nalatigheid bij de invoering van de basisbankdienst, na de talrijke afsluitingen van bankrekeningen. Zie onze analyse van de-risking en de juridische aansprakelijkheden. Terugblik op het ontstaan van de basisbankdienst voor ondernemingen In november 2020 publiceerden wij op deze site een artikel over de wet van 8... Lees verder →

Beëindiging van de relatie tussen bank en cliënt en afsluiting van de rekeningen: als het het recht van de cliënt is, is het ook dat van de bank

Sinds enkele jaren worden bepaalde bankcliënten geconfronteerd met de aankondiging door hun bankier van de eenzijdige beëindiging van de bankrelatie en de daaruit voortvloeiende afsluiting van hun rekeningen, zonder motief en doorgaans met een opzegtermijn. De betrokken cliënten beschikken over een termijn om precieze instructies te geven over het lot van hun tegoeden: de rekeningen,... Lees verder →

Private banking en discretionair beheer: laattijdige betwisting en bewijs van een beheersmandaat

De context: een discretionair beheer in vraag en een verloren herbeleggingskans Een vermogende cliënt dagvaardde zijn bankier en verweet hem dat hij, na de vereffening van alle financiële instrumenten in zijn portefeuille, getalmd had met de herbelegging van de vrijgekomen liquiditeiten, terwijl de bankier volgens de cliënt met het beheer van zijn tegoeden was belast.... Lees verder →

Omhoog ↑