This post is also available in:
Update 14/02/2022: de Belgische Staat werd zopas veroordeeld wegens nalatigheid bij de invoering van de basisbankdienst, na de talrijke afsluitingen van bankrekeningen. Zie onze analyse van de-risking en de juridische aansprakelijkheden.
Terugblik op het ontstaan van de basisbankdienst voor ondernemingen
In november 2020 publiceerden wij op deze site een artikel over de wet van 8 november 2020 betreffende de basisbankdienst voor ondernemingen. De wet, in werking sinds mei 2021, voorziet in een volledige procedure: elke onderneming die bij drie verschillende banken de opening van een zichtrekening wordt geweigerd, kan uiteindelijk de basisbankdienst genieten, zoals particulieren dat al vele jaren kennen.
De wet beantwoordt aan een bekommernis die nog steeds actueel is: de problematiek van de-risking en van de afsluiting van bankrekeningen door een bank, doorgaans zonder motivering. De problematiek treft diamantairs, bouw- en schoonmaakbedrijven, horecazaken, ondernemingen actief in Afrika of verbonden met de Democratische Republiek Congo of Portugal, ondernemingen in de mijnbouwsector, enzovoort. Verschillende rechterlijke beslissingen werden gewezen; sommige verplichtten de bank zelfs de rekeningen van een onderneming te behouden tot de effectieve inwerkingtreding van de wet.
De wet kan evenwel slechts werkelijk doeltreffend zijn samen met haar uitvoeringsbesluit, dat de toepassingsmodaliteiten moet bepalen, met name de rol van de Kamer van de basisbankdienst, op te richten binnen de FOD Economie. En dat koninklijk besluit laat op zich wachten. Meer dan zes maanden na de inwerkingtreding van de wet loopt de Belgische Staat het risico dat zijn aansprakelijkheid in het gedrang komt. De afsluitingen van rekeningen en de weigeringen om elders rekeningen te openen, gaan immers door. Sommige ondernemingen zijn letterlijk afgesneden van het banksysteem. Andere zien zich verplicht bepaalde verrichtingen in contanten uit te voeren, via hun privérekening, of zelfs in cryptomunten, wat de antiwitwasregelgeving nu net wil vermijden.
Waarom is het koninklijk besluit nog steeds niet gepubliceerd?
Een ontwerp van koninklijk besluit bestaat sinds juni 2021. Het roept evenwel grote moeilijkheden op, omdat het lijkt te zijn opgesteld zonder rekening te houden met de praktijk van de verschillende actoren die bij de nieuwe basisbankdienst betrokken zijn: de banken, de CFI, enzovoort. Men kan zich afvragen of de vertraging te maken heeft met politieke kwesties, met de actie van drukkingsgroepen of met andere overwegingen.
Parlementaire vragen over de termijn en de weigeringen
Sinds de inwerkingtreding van de wet hebben twee parlementsleden de regering hierover ondervraagd. In juli 2021 vroeg Michael Freilich (N-VA) aan de minister van Economie waarom de uitvoering van de wet zo lang duurde en waarom de termijn van 1 mei 2021 niet was nageleefd. De minister kondigde toen een inwerkingtreding van het besluit, nog in afwerking, aan tegen de herfst van 2021, en voegde eraan toe dat de Kamer van de basisbankdienst bovendien met een huishoudelijk reglement zou werken dat bepaalde praktische kwesties regelt. Genoeg om de effectiviteit van de dienst nog wat uit te stellen?
Op 15 oktober 2021 stelde Barbara Pas (VB) vast dat ondernemingen zonder zichtrekening bij Belgische banken minstens tot de herfst zouden moeten wachten, met een bijzonder grote vraag in de diamantsector, en vroeg zij cijfers over de weigeringen, opgesplitst per gewest en per sector, alsook een nieuwe deadline. De minister weigerde vertrouwelijke cijfers mee te delen, die de regering niet kent.
Laatste nieuws na het advies van de Raad van State
Intussen bracht de Raad van State op 6 september 2021 zijn advies over het ontwerpbesluit uit. De minister antwoordde dat wijzigingen op precieze punten noodzakelijk blijven, in het bijzonder om de naleving van de AVG te verzekeren, en dat zijn administratie een aangepaste tekst voorbereidt. Hij benadrukte de delicate evenwichtsoefening tussen de basisbankdienst en de strijd tegen fraude en witwassen, die een grondige raadpleging van tal van partijen en bevoegde autoriteiten vereist.
Het is moeilijk te voorspellen binnen welke termijn een nieuw koninklijk besluit kan worden opgesteld en gepubliceerd. In afwachting lijkt de deur open te staan voor de aansprakelijkheid van de Staat. Update: de Belgische Staat werd intussen veroordeeld.
Dit artikel is een vertaling. Enkel de Franse versie is authentiek. Het wordt louter ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies.
Over hetzelfde onderwerp
- De weigering een bankrekening te openen: de ondernemingen en de basisbankdienst
- Eén onbetaalde maandaflossing, maar terugkerende achterstallen vóór de opzegging: heeft de bank haar recht misbruikt?
- De basisbankdienst voor particulieren en het recht op een bankrekening
- Covid-19: een krediet opzeggen in 8 dagen ondanks het verbod van KB nr. 15 is mogelijk
- De-risking en de basisbankdienst voor ondernemingen in België
Geef een reactie